Als een vrouw zegt ‘het wordt tijd dat je gaat’…
Dan kun je als vent nog maar één ding doen.
Oprotten.

Nu…
Als u er net zo één bent als ik -ietwat ongeschoren op twee pootjes met een snikkeltje in het midden- dan probeert u te allen tijde te voorkomen dat de vrouw zegt ‘het wordt tijd dat je gaat’.
Toch?

Helaas.
Mij is het niet gelukt.

Het is zover.
Mijn vrouw zegt ‘het wordt tijd dat je gaat’.
Recht in mijne muil.
Zonder een spier te vertrekken.

Ik ga haar kwijtraken.

Gaat Covid-19 dan tóch nog winnen?

Da’s effe slikken, ik zeg het u.
Ik ben geraakt tot in mijn tenen.
En een échte vent weent niet, ik weet het.
Maar mijn verdriet is immens.
Vind mij maar een SlapJanus, een LamSnulleke, een PiereMietje of whatever.
Maar vraag me even niets, ik kan toch alleen maar janken.
Mijn ogen braken zoveel gezouten water uit dat mijn wallen schreeuwen om een paar klodders pukkels kwekende vettige dagcrème.

Ik ga haar kwijtraken.
Gaat Covid-19 dan tóch nog winnen?
Na een strijd van bijna een jaar?

Euhhh…
Wacht.
Zie ik daar een dikke grijns op uw smoel?
U heeft leedvermaak mijn beste?
Ja, écht hè?

Of nee, nee, nee…
Mijne Franc valt.
U denkt dat vanaf vandaag mijn vrouw mijn vrouw niet meer is, hè?
En dat u uw kansje kunt wagen, hè?

Jong, jong, jong…
Wakker worden SlimPie!
U moogt dat misschien wel willen…
Maar dát feestje gaat mooi niet door.

Ik heb namelijk een klein vermoeden dat u niet helemaal begrijpt wat er loos is.

Het wordt tijd dat ik ga.
Mijn vrouw heeft me dat inderdaad medegedeeld.
Met straffe blik en bankkaart in de hand.
‘Het wordt tijd dat ge gaat Pimmetjeu!’

Duidelijk zo?

Naar waar vraagt u?
De coiffeur.

Ik ga haar kwijtraken weet u nog?
Haar.
Da’s die inmiddels pluizige maar nog altijd grijze KooVitRotzooi op mijne kop.

Haar ga ik niet kwijtraken.
Het winnende lot uit de loterij.
Zij is en blijft bij mij.
En ik bij haar.

Denk ik.

Duidelijk zo?