Vanaf dertien maart TwintigTwintig is het prijs.
Covid, lockdown(s), WeeCeePapier en zo verder, u weet het inmiddels.
Zeven januari TwintigÉénEnTwintig -da’s vandaag, yeah!- is het nog altijd prijs.
U weet het toch.

Niet dat ik ga blèten over wie of wat de schuldige is.
Of over dat er wél of géén juiste beslissingen genomen zijn.
Dat geklaag van velen mis ik dus niet.
Het is wat het is, stop met zagen.
Tegen mij toch.

Maar weet u wat ik wél mis?
Ah, u kent mij.
‘Festivals’ denkt u onmiddellijk.

U heeft -een beetje- gelijk.
Ik mis dat leven, da’s waar.
Maar -weeral- het is wat het is.
Ooit sta ik nog wel eens met TachtigDuizend geïnjecteerden op de weide van Werchter.
Wanneer doet er niet toe.
Ik heb geduld.
U krijgt mijn traditionele selfie van zodra het kan.
Beloofd.

Dus.
Wat ik écht mis zijn de HorecaSmoeltjes.
Bekkies die in betere tijden tot diep in de nacht werken.
Om een paar uur later -het is dan acht uur ’s morgens ofzo, u kruipt misschien -uitgeslapen- nét om die tijd in uw voiture om te gaan werken- binnen te komen om de mise-en-place aan te vullen.

‘Ik mis ze.

Mijn HorecaSmoeltjes.’

Natuurlijk zien ze er niet zo toppie uit zo vroeg in de ochtend.
Ongeschoren.
Wallen.
Sprieten haar die tot aan de ozonlaag reiken.
Soms zelfs met een BloemkoolLuchtje.

Maar komaan, wees eerlijk.
Niet denken dat ú er altijd zo geweldig uitziet.
Pijnig even uw geheugen voor een seconde of wat.
Heeft ú zichzelf al eens bekeken -en/of geroken- wanneer u maar een uur of drie gemaft heeft nadat u zich eens onbehoorlijk heeft laten gaan in uw favoriete restaurant?
Nou?
Wel?
Néé, hè?

Ik mis ze.
Mijn HorecaSmoeltjes.

Elke ochtend kijk ik -yup, zo rond een uur of acht- hoopvol naar buiten.
En ik weet het wel.
Ze staan er -nog- niet.
Covid, lockdown(s), WeeCeePapier en zo verder.
Het is wat het is.

En tóch blijf ik kijken.