We zitten dus in de shit.
En behoorlijk ook.
Ik weet absoluut niks van enge dingen.
Ik zit in én aan de wijn, daar is niks engs aan.
Maar ik vrees dat de bende écht wijze mannen -ik val daar dus niet onder voor alle duidelijkheid- gelijk hebben.

We verblijven met zijn allen -u én ik- in een vreemd, benauwd en haast onwerkelijk bootje.
Dat dobbert tussen hoop en vrees.
Tussen wel of niet ziek.
Of wellicht tussen varen of verzuipen.

rijksregister

Hoe grappig.
ArmeRijksRegisterNummerkes.
RijkeRijksRegisterNummerkes.
FranstaligeRijksRegisterNummerkes.
DuitstaligeRijksRegisterNummerkes.
VlaamstaligeRijksRegisterNummerkes.
AnderstaligeRijksRegisterNummerkes.
BraveRijksRegisterNummerkes.
MinderBraveRijksRegisterNummerkes…
Allemaal in dat ene bootje, wie had dat ooit gedacht.
Niks geen onderscheid niet meer.
Hoe grappig.

Wij -OpperGoden die we denken te zijn- weten niet goed wat te doen.
KooRooNaa dendert immers met angstaanjagende snelheid over onze aardbol heen.
Die eigenlijk helemaal niet zo groot is als wij vinden dat ze is.
En ook niet van ‘ons’ is by the way.
KooRooNaa weet dat.
Maar al te goed.

Geef toe, het hééft iets.
Het onzekere, de machteloosheid, de onwetendheid.

Festivals –essentieel voor mijn voortbestaan overigens.

Opeens zijn zaken die vorige week nog vanzelfsprekend waren spontaan onbereikbaar geworden.
KakPapier bijvoorbeeld.
Of bloem.
Een weekje vakantie.
Avondje bieren in de kroeg.
Ronde van Vlaanderen.
Koffietje scoren bij schoonmoeders.
Festivals –essentieel voor mijn voortbestaan overigens.
Niet leverbaar, onzeker, uitgesteld, tijdelijk verboden of voor onbepaalde tijd domweg niet mogelijk.
In slechts een paar dagen tijd is morgen onvoorspelbaar geworden.

sexy

Er hangen miljoenen zo niet miljarden gekleurde ballekes met tal van uitstekende, slijmerige -en ik denk ook kwalijk riekende- zuignapjes in de lucht, geduldig wachtend op een nietsvermoedende passant om die vervolgens met zevenhonderddrieënzestig kilometer per uur vol op de bek te bekken.
Hé, lach er gerust mee, maar die bollekes wringen zich in een milliseconde triomfantelijk tussen uw vochtige lippen naar binnen en voilà, u heeft het zitten.
Ik moet toch eens aan Marc Van Ranst vragen of zo’n VierRus écht zo’n knapperd is. Hij vindt ze -gelukkig voor ons- waarschijnlijk ongelofelijk sexy.

‘Merci hè maat, het beste nog!’ zegt een altijd vriendelijke klant die ik nog aan een laatste zak bloem heb kunnen helpen.
Inderdaad, bloem…, ik heb werkelijk van alles verkocht de laatste dagen.
‘Het beste nog…’.
Hij wéét dat het serieuze boel is.
Ik probeer vertwijfeld nog een paar flessen wijn aan hem te slijten, tevergeefs.
Hij wil brood bakken, niet strontzat op dat bootje in ruig weer dobberen.
Ik vergeef het hem, beter nog, ik zal een plaatsje voor hem vrijhouden.
Op anderhalve meter uiteraard én tegen een kleine vergoeding van een paar versgebakken sneetjes brood.
Ik zorg wel voor de wijn, mocht hij zich bedenken.
Ik ben sommelier tenslotte.
Ook in barre tijden.

navision

Een laatste blik in het magazijn.
Datzelfde magazijn waarin ik vloek in de winter –te koud.
Datzelfde magazijn waarin ik vloek als er wéér een trailer vol wijn uit Italië aan de loskaai staat –te klein.
Datzelfde magazijn waarin ik vloek in de zomer –te warm.
Datzelfde magazijn waarin ik mij met enige regelmaat wezenloos zoek naar dat ene kartonneke wijn dat daar volgens NaaViZjon -een slim computerprogramma dat vertelt WatWaarStaat- ergens moet zijn, maar in werkelijkheid allang verkocht en opgezopen is.
Datzelfde magazijn waar doorgaans bruisend leven in één klap gereduceerd is tot DooieBoel.
Ik hou van dat magazijn, écht.

Ik kijk nog even snel naar mijn flesjes in de stellingen voordat ik de voorjaarszon instap.

‘Italianen’ schalt uit de radio.

Mijn flesjes die even moeten wachten op betere tijden, net als ik.
‘Dag Wijn’ fluister ik ze toe.
‘Zorg dat je op tijd terug bent’ fluisteren ze massaal terug.
Mijn flesjes weten dat ook ik in het bootje zit.

Eenmaal genesteld in de auto schiet ik spontaan in de lach.
‘Italianen’ schalt uit de radio.
Van het Groenewoud.
Allé, spring jij ook maar in het bootje Raymond, het stikt van de ‘blablabla’s’ aan boord, je gaat ze deze keer geweldig vinden, allemaal!

De boeg ligt recht op metershoge golven van balletjes met zuignapjes.
Ik zal zien waar en wanneer we terug aanmeren.
Net als u.

End