Porte de Flandre.
Of nee, ik moet niet liegen.
Ik sta daar een honderd-én meter ten -ongeveer- noorden van.
Daar ligt ook een latje over het kanaal.

Nope.
Niks Porte de puntje-puntje-puntje.
Dit bruggetje is nooit verder geraakt dan BrugZesEnZestig.
Bruggetje is niet goed genoeg voor een Statut de Porte.

Draai uw knappe gezichtje maar over het kanaal als u eens daar bent.
Lichtjes rechts achter u veren de torentjes van Le Petit Château op -vereerd én vergruisd door velen.
Het waait zó hard dat u de honderddertig kleurrijke molentjes op de Quai des Charbonnages aan de overkant hoort piepen en kraken van wellustig genot.

Kijk goed voor u, want daar staat ‘ie.
Dat kleine KaaMieJonneke met niks erop.
Smoeltje richting de in grijs beton opgetrokken pyloon van de Église Saint-Jean-Baptiste.
De laadbak toont geen naam, geen afbeelding, geen telefoonnummer.
Spierwit is ‘ie.
Maar wél dik -héél dik- beladen aan de achteras te zien.

De voorruit danst nét niet uit zijn voegen op het ritme van de stereo die duurder is dan het vrachtbakkie zelf…

De driver heeft pech.
Want direct na de brug springt het licht op rood.
Hij moet dus effe wachten.

Nu, ik heb niet de indruk dat het wachten een serieus probleem is.
De chauffeur lijkt in zijn nopjes.
De voorruit danst nét niet uit zijn voegen op het ritme van de stereo die duurder is dan het vrachtbakkie zelf -zo klinkt het toch.
De man aan het stuur -mondkapje balancerend op de ongeschoren onderkin- brult vrolijk mee.
Arme voorruit.

Hij heeft nog wat meer pech.
Er wil namelijk een grijze seniel de straat oversteken.
En die achterlijke -ik dus- ziet dat licht op groen springen.
En ziet óók dat MonsieurKááMieJon welgemoed blijft dansen op de plaats rust en geenszins van plan is om op zeer korte termijn ook maar enig actie te ondernemen.

Burgerplicht roept.
Ik probeer die brave man dus uit zijn roes te schudden.
‘Hey, JoeHoe, c’est vert!’
Oei.
Dát werkt averechts.

Deze exotische versie van Hazes denkt namelijk dat die grijze seniel -nog altijd ik dus- zich kostelijk met zijn performance amuseert en laat zijn karretje derhalve nóg wat harder schudden.

Nu, ik geef toe.
Het ís ook leuk.
Daar op die brug.
Klein Kasteeltje op de ene oever.
De Vaartkapoen aan de overkant.
En daartussen recht bovenop het kanaal een spetterende LIVE show zoals ik toch al sinds dertien maart TwintigTwintig niet meer gezien heb.
Ja, dat is best grappig.

In een flits zie ik zijn Europese plaat -u kent die wel…

Maar ook ik wil door
Ik sta te blauwbekken, het is toch nog wat frisjes voor een festivalletje.

Nóg een poging.
Ik begin bijna spastisch naar dat groene lampje te wijzen.
Met kromme vingers en een scheve bek.
Al ziet dat laatste niemand natuurlijk.
‘JoeHoe!’

Yes, het werkt.
Onze Hazes ontwaakt.
De chauffeur trekt een grijns vol veertien karaats goud, steekt zijn hand op -met evenzoveel bling bling om de vingers- ongetwijfeld om mij te eren voor mijn humanitaire ingrijpen en geeft vól gas.

In een flits zie ik zijn Europese plaat -u kent die wel, met zo’n blauw vakje links met wat van die levenloze sterretjes bovenaan.
‘NL’ staat eronder.

Ja, hé!
Dan kan ik ‘c’est vert’ blijven roepen, hè!