U moet me iets beloven. Als de dagen korten en het zomerzonnetje aan de winterslaap begint moet u niet stoppen met rosé drinken. Niet stoppen, hè!

Het valt me elk jaar weer op. Zodra het voorjaar zich aandient krijgt u als wijnliefhebber te maken met een onweerstaanbare drang. U wordt haast hysterisch. Help, de zon schijnt! De zomer staat aan de voordeur! En geen rosé in huis! ‘Waarom ligt er geen rosé in de frigo?’ hoor ik u al blèten tegen u doorgaans zeer toegewijde echtgenoot dan wel echtgenote.

Een paar maanden later dient de eerst herfststorm zich aan en staat uw neus compleet de andere kant op. ‘Watte? Ligt die rosé nog altijd in de koelkast? Kom, geef die maar aan m’n moeder met de kerst, anders ligt die rotte fles er in januari nog!’

Waarom toch? Moet het buiten twintig graden of meer zijn om een frisse rosé te ontkurken? Of is een gekoelde rosé minderwaardig als het buiten minder dan twintig graden is? Krijgt u het dan koud? Heimwee naar uw vakantie van de afgelopen zomer? Welnee, natuurlijk niet, het zit in uw hoofdje. En het is ook nog lichtelijk hypocriet, geef toe. U drinkt immers wél witte wijn tijdens de donkere dagen. Gekoeld. Da’s koud, hè? Maar u doét het wel. Het verweer dat u liever geen gekoelde wijn drinkt in de koude maanden gaat dus mooi niet op.

Natuurlijk. Uw brein wordt gewassen tot en met. Geen enkele handelaar waagt het een rosé in de promo te doen als het januari is. Of er überhaupt maar aandacht aan te schenken. Softies zijn het, allemaal. Maar owé, owé als het april is. Dan springen de roséwijnen spontaan de Kook, Allerhande en het Delhaize magazine uit. Complete rosé specials doen die gratis boekjes uit hun voegen barsten. Niks patatten, vaatwastabletten of krulkool. Rosé, rosé, rosé. Want uw supermarkt vindt dat u juist dan moet beginnen met rosé drinken. Zodat u tegen uw metgezel kunt brommen wanneer hij of zij geen rosé heeft meegenomen als het hem of haar wéér gelukt is de kassa zonder kleerscheuren te passeren. Laat u niet van de wijs brengen. Niet door de handel, niet door uw partner. Als het buiten 10 graden vriest en u hebt zin in rosé dan regelt u dat. Uw moeder kan de pot op, u gaat die fles heerlijk zelf opsouperen, sorry moeders, bye bye cliché!

Moederkes. Dat zijn toch rare mensen. Ik heb wijn drinken niet van de mijne meegekregen. Ze was redelijk braaf, dronk niet veel. Advocaat met een toefje slagroom, daar was ze voor te porren. Ik –als rotjochie van een jaar of acht- ook. Een klein lepeltje kreeg ik. En als ik welgemanierd dat lepeltje schoonlikte kreeg ik er nog een. Maar daar bleef het ook bij. Rosé heb ik haar nooit zien drinken. Rode wijn ook niet. Witte wijn ook niet. Ik vraag me vaak af van wie ik die wijndrang eigenlijk geërfd heb. Niet van haar in elk geval.

Als de regen met bakken uit de hemel valt en de wind spontaan de capsule van uw fles blaast. Wedden dat het smaakt?

Rosé dus, twaalf maanden per jaar. Hou het gerust simpel, ik begrijp best dat u niet altijd tijd en zin hebt om elke dag een vijf gangen menu op tafel te zetten om rosé te kunnen drinken. Koop uzelf een fatsoenlijk stukje kip, wrijf dat in met wat olijfolie en Provençaalse kruiden en bak ‘m lekker krokant in de pan. Makkie, zo klaar. En drink daar een rosé bij. En doe dat niet alleen in juni, juli of augustus, maar ook eens in november of januari. Als de regen met bakken uit de hemel valt en de wind spontaan de capsule van uw fles blaast. Wedden dat het smaakt?

Rosé is net zoveel wijn als rode of witte wijn. Het is allang niet meer dat half-zoete miserabele sapje van de jaren zeventig en tachtig. Rosé is volwassen en tal van wijnmakers around the world steken er hart en ziel in. En rosé kan uitstekend het hele jaar door gedronken worden. Gekoeld. Net als die Chablis of Meursault die uw kersttafel siert… Zeker bij een passend hapje voer.

Beloofd?

Ja, hè?

Mooi, geniet ervan!

End

[Originele post: 24 november 2016]