Negentienéénentachtig.
Ik ben jong en onbedorven.
Voor 99% toch.
Ik ben immers van 1963.
En van 1963 tot 1981 rondwandelen zonder iets mispeuteren kan niet.
Vandaar die ene iets minder brave (?) procent.

1981 dus.
Ik krijg een brief.
Gene iemeel, maar een papieren brief.
Van Diefensie.
Yup.
In Nederland heeft men een ‘Mienesterie van Diefensie’.
Wat er ‘Gediefiensieerd’ moet worden weet niemand, maar het kost klauwen belastinggeld, dus het is sowieso goed dat er zo’n ‘Mienesterie’ bestaat.

bejaarden

De brief zegt: ‘Pimmetje, je moet het leger in’.
Ja, ‘moet’, zo gaat dat.
In 1981 heb je niets te vertellen.

Een paar bejaarden op het Binnenhof in Den Haag vinden dat elke Snikkel in Nederland moet leren het land te verdedigen.

Er zijn héél veel van die nepSnikkels, zo blijkt.

Waarom?
Ja, uhhh, mot je dat aan mij vragen?
Staan die Moffen weer aan de voordeur?
Ma nee, die zijn voorlopig afgekoeld wordt mij verteld.
Wat dan?
De Kouwu Oorlog!
Ahzo.
Russische Potloden die in een Soxmis-karretje-met-ge(i)le-nummerplaat naar West-Europese Snikkels komen loeren.
Daarom.

Een paar bejaarden op het Binnenhof in Den Haag vinden dat elke Snikkel in Nederland moet leren het land te verdedigen.

Niet-Snikkels -of Snikkels met enge, riekende, etterende kwaaltjes of Snikkels zonder serieuze Snikkel of Snikkels die psychisch niet in staat zijn om Snikkels en niet-Snikkels uit elkaar te houden of Snikkels die zijn omgebouwd tot Poezen worden met rust gelaten en mogen bij mammie en pappie blijven.
Er zijn héél veel van die nepSnikkels, zo blijkt.
Veel van die verbouwde ook, zo blijkt.
Ik ben geen van twee, zo blijkt.
Den Haag vindt mij een échte Snikkel en ik ben dus de Tampeloeres.

Een paar bejaarden op het Binnenhof in Den Haag vinden dat elke Snikkel in Nederland moet leren het land te verdedigen.

effe voelen

Pimmetje wordt ‘gekeurd’ om zeker te zijn dat hij een échte Snikkel is én heeft. Er wordt -letterlijk- handmatig geconstateerd dat deze Snikkel’s Snikkel honderd procent authentiek is.
Effe voelen én -HiiHaa- goedgekeurd!
Yes, #metoo.

Ik ga dat leger in als Hospik op een Ziekenbak.
Euhhh, excuse me?
‘Hospik’???
‘Ziekenbak’???
Wacht effe.
Ik lach mijn nog nét niet helemaal volwassen balletjes -mét pas gekeurde Fluit er tussenin- uit mijn voor-mijn-truttige-piemelke-dertig-maten-te-grote-legergroene onderbroekje.

Verwacht Den Haag nu serieus dat ik met zo’n groene, gammele, instabiele Laro met een door Genève geheiligd rood kruis op het dak naar het front trek om krijsende, bloedende, naar mammie roepende Zwengels opnieuw tot leven te wekken?

U wéét het al, hè?

Natúúrlijk gaat Pimmetje dat niet doen.
Ik wil ze daar in die loopgraaf best een glas weinbrand, whisky, Jägermeister of desnoods een pijpje Heineken komen brengen, maar daar stopt mijn liefdadigheid, okee? Daarna kan elke Opperwachtmeester daar dat zakje onder mijn Leuter kussen.

Een paar bejaarden op het Binnenhof in Den Haag vinden dat elke Snikkel in Nederland moet leren het land te verdedigen.

Het kan niet anders dan dat ze dementerende zijn daar aan die Hofvijver.
Je moet immers compleet wereldvreemd zijn om uitgerekend mijn persoontje tot ‘Hospik’ te bombarderen.
Ik red geen mensen, ik breng ze aan de drank for God’s sake!
‘Diefensie’, Astemblief!

échte katzen

Ik kom goed weg.
Via, via, via, via, via en na een korte tussenstop ergens in een woestijn kom ik terecht op een legerbasis nét ver genoeg weg van bejaard en betweterig Den Haag.

Ik word in Seedorf gedropt, een NAVO-basis in Zeven, Duitsland.
Geen ‘See’ te bekennen, maar gelukkig is er wel een ‘Dorf’.
Vol Hollandse Sannie’s.
En Katzen. Veel Katzen.
Echte, geen omgebouwde.
Reinheitsgebot, zo zuiver als wat.
We zijn tenslotte te gast bij de Oosterbuurtjes.
Ze hebben nog wat goed te maken, nietwaar?

Daar in dat ‘Dorf’ vinden enkele (leger)grüne Pieten al rap dat ik véél beter ben in het verkopen van drank dan in het redden van vriend of vijand.
Danke Schön!
Ik tap dus Grolsch uit Enschede.
In Zeven in Duitsland ja.
Zegt iemand ‘reinheitsgebot’?
Ik tap Baco.
Ik tap Wopie.
Ik tap Apfelkorn.
Ik tap Schnapps.
Duizenden liters Schnapps.
Ik tap Gewürzketchup.
Miljoenen liters Gewürzketchup.
Ik tap zoveel Gewürzketchup dat elke archeoloog bij opgravingen over drie miljard jaar die rooie, kleverige en mierzoete substantie nog altijd uit de oren van mijn breinloze schedel ziet druppelen.

2018.
Ik ben jong en onbedorven.
Voor 98% toch.
Ik ben immers van 1963.
En van 1963 tot 2018 rondwandelen zonder…
Ja, hè, Pielemuisjes, ik ga er geen tekeningetjes bij maken!

2018 dus.
Snikkels hebben plaatsgemaakt voor Belgen.
En ik help ze vol overtuiging aan de drank.
Binnenhof heeft plaatsgemaakt voor Wetstraat.
Mét ‘Mienesterie van Diefensie’, bejaarden inclusief.

Op die ene min-procent na -negenennegentigminéénisachtennegentig- is er dus niet zo heel veel veranderd in mijn inmiddels miserabele leven.
In 2018 heb je immers ook niks te vertellen.

oostbloksnikkels

Ik zit ergens aan tafel en word van de ene op de andere minuut spontaan herinnerd aan mijn leven als barkeeper van de 41e Geneeskundige Compagnie in Seedorf.
Een bar vol échte Snikkels.
Lichting 82-1.

Nee oostblokSnikkels daar achter die muur!
Effe niet schieten nu.
Iedereen is strontlazerus hier en écht niet in staat om ook maar iets terug te doen.

Geen reinheitsgebot te bekennen hier. Wél Gewürzketchup, véél Gewürzketchup zelfs.

Het berichtje op Messenger slaat in als een bom.
Soms denk je wel eens aan iemand uit het verleden.
Zomaar, spontaan, vaak zonder reden, u kent dat wel.
En op een dag -ver, héél ver weg van dat verleden- blijkt dat die persoon soms ook aan jou denkt.
En moeite doet je terug te vinden.
Mooi, hè?

Hij stuurt een berichtje in de hoop dattie dat berichtje naar de juiste stuurt.
Bam! Voltreffer!
Ik lach direct mijn volwassen en verschrompelende balletjes uit mijn perfect passende DIM. En ja -u wilt het écht weten, geef maar toe- mijn rimpelige Snikkeltje hangt er nog steeds tussenin. Halfslachtig dat wel.
Ik zit immers al lang niet meer in Seedorf, maar in Vlaanderen.
Geen reinheitsgebot te bekennen hier.
Wél Gewürzketchup, véél Gewürzketchup zelfs.

Aan u te bepalen wie wie is op de foto.
Kleine hint: het gaat natuurlijk om die twee knappe Prikkers links op dat plaatje. Beide niet helemaal scherp op de foto, geheel conform onze staat van dienst in die tijd.
Eén uit Breukelen, één uit Rottjeknor.
Twee jonge Zwengels die er in een zondige nederzetting in het noorden van Duitsland een Göttlicher zooitje van maken. Omringt door een complete compagnie vol gouden Snikkels.
Al dan niet dienstplichtig.
In opdracht van het ‘Mienesterie van Diefensie’ in Den Haag.

Ehhhh…
Bent u dit écht nog steeds aan het lezen?
Oef, petje af.
U heeft in dit geval -naast een stukje briljante wetenschap uit mijn roemruchte verleden- wellicht een paar woorden bijgeleerd.

Niet tegen uw mammie -of partner- zeggen, hè?

Anders heb ík het weer gedaan.

Legerbasis Seedorf 1982

End