D’er ligt al een dikke elf maanden een zak geraspte kaas in de frigo.
Ópen, hè!
Ik denk dat ik nét voor DertienMaartTwintigTwintig de schaar in die zak zet.

‘Ik heb wel zin in bloemkool met een kaassausje!’ oppert mijn lief deze morgen.
Ik denk -RotterDammer- ‘da’s Káássie!’
Ik wéét immers van dat zakkie met gele sliertjes in die koelkast.
Ingespoten met ‘iets’ uit Wuhan zodat het bijna een jaar later uitstekend een bloemkool kan versieren…

Enfin.
Mijn missie voor deze zondag: een bloemkool scoren.

Ik ga kort zijn.
Missie is mislukt.
Ik héb bloemkool gevonden, da’s waar.
Hier én daar zelfs.

Coliflor de España is niet te vreten.

Desafortunadamente es.

Nu, voordat u verder leest…
U moet weten dat het mij een rotzorg is wat de buren van mij denken.
Laat dat duidelijk én helder zijn.
Maar een bloemkool uit Spanje doet mijn septische put een paar uur later spontaan ontploffen.
En die idioten van hiernaast bellen dan onmiddellijk de hulpdiensten.

Nee dank u.
Hoe goed bedoeld ook.
Ik moet dat soort liefdadigheid niet hebben.
Coliflor de España is niet te vreten.
Desafortunadamente es.

Uit pure wanhoop pak ik spruiten mee.
‘Het moet deze winter tenminste één keer lukken om échte spruiten te snacken’ denk ik nog.

Nope.
Missie wéér mislukt.
De SpruitTwintigÉénenTwintig stinkt zelfs niet meer als je ‘m kookt of stooft.

Ik kijk mijn lief aan.
Met tranen in mijn ogen.
De bloemkool.
Mislukt.
De spruit.
Mislukt.
Sorry mijn allerliefste Kooltje…
Ik ben écht een looser, hè?

Ik raak gefrustreerd.
Waar is spruitjes’ bitterheid dat mijn bekkie zó doet samentrekken dat mijn tandarts na élke winter weer vraagt waar mijn voortanden gebleven zijn.

De spruit is weg.

Gevlucht voor de mensheid.

Ik raak nóg meer gefrustreerd.
Waar zijn die spruiten die ik van de velden jat en rauw in datzelfde smoeltje prop omdat ik geil word van die tonguitdrogende zaligheid die mijn billen een dag later doet giechelen?

Weg.
De spruit is weg.
Gevlucht voor de mensheid.

Ik heb het deze winter inmiddels vier keer geprobeerd.
Met spruiten van de markt.
Met spruiten van de groenteboer.
Met spruiten van de supermarkt.
Met spruiten van de bio-boer.

Ik geef het op.
De hedendaagse spruit is niks, noppes, nada.
Ruikt naar niks.
Smaakt naar niks.
Zelfs niet naar een bloemkool uit Spanje.