Dinsdagavond, twaalf maart, half twaalf.
Gelukkig, het begint weer te spoken buiten.
Net als afgelopen zondag.
Cool, niet?
Dakpannetje hier, boompje daar.

Ik sta daar op die wei te knokken tegen beter weten in, hangend tegen windstoten van honderdtwintig kilometer per uur.
Met een beetje gevaar, ook dat ja.
Nóg een boompje plat en Pimmetjeu ligt -mét zijn meisje- voor eeuwig onder het nog jonge gras.
Hoort erbij.
Drink vooral véél wijn in dat geval.

ze wint

Als Moeder Natuur wil, dan ga je, ik spreek uit -lange, wereldwijde- ervaring.
Ze wint, altijd.
Van mij én van u.
Niet denken dat u beter bent.
Voor Haar bent u -net als ik- helemaal niets.
Noppes. Niks. Nada. Nothing.

Tóch wil ze in mijn geval nog niet dat ik écht ga kennelijk.

Zondag was Mammie mij nog goed gezind.

Al is het al een paar keer kantje boord geweest in mijn inmiddels geleefde leven.
Hoort erbij.
It’s a game.
Vroeg of laat verlies ik eveneens, I know.
Zij is de Baas, hoe dan ook.
Over mij.
En -jawel- óók over u.

schrammetjes

Zondag was Mammie mij nog goed gezind.
Ze liet me uiteindelijk -met wat schrammetjes en wat omgevallen populieren hier en daar- tóch gaan.
Ik mag nog even blijven.

Ze wéét wat ik weet: het spel met Haar is honderd keer toffer dan elke dag braaf kwijlen in dienst van acht tot vijf.

Ze wéét wat ik weet: ze gaat de Winnaar zijn, hoe dan ook.

End