Allé dan.
VerlofDagÉén.
Ik schiet om VierUurAcht zó hard wakker dat de plafondventilator me nèt niet onthoofdt.
Rustig maar Pimmetjeu, rustig.

Je hebt verlof.
Je moet niks vandaag.
Watteu?
Het zweet breekt me uit.
Heb ik verlof???
Man, man, man.

Het zeikt van de regen zo vroeg in de ochtend.
Ja, ja.
Hó maar, dank u.
Ieder krijgt wat ‘ie verdient.
Dank u.
Ik zie u óók graag.

Hoogtepunt van de dag?
De kapper.
Tis écht waar.
De kapper.

Ik denk dat ik sadomasochistische trekjes begin te ontwikkelen.
Die schaar…
Die vlijmscherpe schaar…
Die mijn net gewassen overtollige zilvergrijze haartjes tot op de millimeter genadeloos afsnijdt en veroordeelt tot een val naar een ongekende diepte waar een harige bezem vol ongeduld staat te wachten om de boel radicaal op te kuisen…
Yeah!
Kill them all!

Als ik terug buiten kom schijnt de zon.
Het resterende ZilverGrijs giechelt van geluk.