Ik ben best blij.
Ja, ja, ik weet het wel.
We zitten in volle KrieSus.
Geen reden om feestjes te vieren.
En tóch ben ik een beetje blij.

Ik zal het u het trachten uit te leggen mocht u geïnteresseerd zijn.
Misschien bent u na mijn persbericht een beetje gerust.
Of wellicht denkt u ‘wat een OnzinnigeOnzin is dit zeg!’
Mag ook, even goeie vrienden hoor.
Zeker nu, in deze woelige tijden.
Moeten we niet moeilijk over doen.

jaar of wat terug

Een klein stukje pré-KrieSus.
We leven een jaar of wat terug.
Hoeveel jaar precies durf ik u écht niet te zeggen, er leest iemand mee weet u.
Ik ben dus wat voorzichtig in het noemen van jaartallen, maanden, dagen, uren enzo.
Een ‘jaar of wat terug’ is het veiligst, details zijn niet belangrijk.
Voor u toch niet.

‘Een jaar of wat terug’ slaat het -lees: mijn- noodlot toe.
Ik blijf in Vlaanderen hangen voor de liefde.
Da’s niet helemaal de bedoeling.
Maar ik ben spontaan gedoemd mijn lang gekoesterde én vergevorderde transferplannen naar de andere kant van de oceaan met onmiddellijke ingang te elimineren.

DasPasKrieSus.
Een soort VlinderVieRusKrieSus zeg maar.
En uiteraard geen vaccin beschikbaar dat mij alsnog de grens over kan helpen.
Geloof me, ik smeek Van Gucht en Van Ranst meer dan eens om hulp.
Tevergeefs.
Ik mag het land niet meer uit.

Vol miserabele, achtpotige en bloedzuigende ettertjes.

Ik raak vastgezogen in de Vlaamse klei, worstelend met WelJuist en NietJuist.
Een stevige knokpartij geef ik toe.
Maar WelJuist wint.
Dus ik blijf.

bloedzuigertjes

Ik krijg er een gratis Lassie bij.
En veel bos in de omgeving ook.
Vol miserabele, achtpotige en bloedzuigende ettertjes die het zowel op de hond als op mij gemunt hebben.
Een zeer schokkende ervaring voor een StadsSnul als ik.
Jong, jong, kan iemand mij vertellen wat het nut van een teek is?

Terug naar nu, ‘een jaar -en TeekenBeeten- of wat later’.
Midden in KooVitStreepjeNegentienKrieSus.
Ik ben aan de wandel, veel meer kan -en mag- ik even niet doen.
Hond is mee.
Het pad slingert zich een weg tussen de beek en het spoor.
De meeste bomen en struiken zijn nog kaal, het is tenslotte begin april, maar er zijn er ook die al springen.
Zo’n jonge, frisse groene waas in het bos, da’s toch mooi, hè?
Het voorjaar is in aantocht, een wilde kerselaar staat zelfs al in bloei.
Voorjaar heeft geen weet van lockdowns enzo.

Een trein raast voorbij.
Leeg en in no time weer uit het zicht verdwenen.
Maar hij rijdt tenminste, da’s al heel wat in deze bizarre periode.
Het doet deugt, ook al mag ik er even niet opspringen.

vrijheid

‘Woef!’.
Lassie gebiedt mij door te lopen.
Het beestje heeft -gelukkig- geen flauw benul van wat er in de wereld gaande is.
‘Sorry Hond, ik was effe in gedachten verzonken, neem mij niet kwalijk!’
Ik kijk nog even rap naar de rails.
De sporen naar de vrijheid blinken in de prille voorjaarszon.
Vrijheid.
Dát hebben we even niet.
Vrijheid is BlijfInUwKot en beperkt tot living, slaapkamer, douche, tuin en een wandelinkske in de buurt, al dan niet met hond.
Wéér die Van Gucht en Van Ranst.
En ze hebben wéér gelijk.
‘Woef!’.
‘Ja, ja, schatteke, ik kom mee!’.
Dat beest denkt ook werkelijk álle regels aan haar pootjes te kunnen lappen.

Terug in MijnKot.
Zo’n wandeling in het bos maakt hongerig.
Een onbedwingbare lust van vettigheid dringt mijn hersenpan binnen.
Frieten!

Ik denk slim te zijn.
TeekAwééDotKom.

TeekAwéé is effe niet mee.

Nog geen ervaring mee, maar TeekAwééDotCom schijnt enorm PooPie te zijn in tijden van infecties.
Ik bestel een stevige partij kostelijke goudgeel gebakken frieten, een honderdtal schandelijk vettige curryworsten speciaal, vierduizendzevenhonderdentwee boeletten -warm- met pindasaus en een beetje coke.
Toch een toffe bestelling, nietwaar?

Fout.
TeekAwéé is effe niet mee.
Ik wil betalen, maar kan niet omdat de frituur in kwestie gesloten blijkt te zijn.
Respect voor de frituur.
En dom geluk voor mijn PayConiq.

Minder eerbied wel voor TeekAwéé.
TeekAwéé laat mij eerst met kwijl uit mijn smoeltje een kwartier lang lekkerbekkend bestellen -zeker drie liter Dettol zijn over mijn toetsenbordje uitgesmeerd, écht waar- om vervolgens te melden dat deze bestelling niet kan worden uitgeleverd omdat de frituur in kwestie toe is.

mohammed

Gelukkig staat MijnKot in Beringen.
Ik bel -rechtstreeks én TeekAwééFrie- mijn favoriete Achmed.
Of Mohammed, ik weet niet precies hoe hij heet.
Maar hij staat altijd klaar.
KrieSus of niet.
Schotel köfte, schotel shoarma, extra vlees met UitJeBekkieStinkieStinkieSaus -géén probleem als je toch anderhalve meter afstand moet houden.

En toch ben ik best blij.

Nog geen half uur later staat ‘ie voor MijnKot.
KrieSus of niet.

Teeken en TeekAwéé.
Je hebt er niks aan, GéénVanTwéé.
Inderdaad, voor mij is Teek vanaf nu Awéé.
Behalve in het bos vrees ik.

En toch ben ik best blij.
Blij met een hond die mij elke dag genadeloos weer door tekenland sleurt in de wetenschap dat ik die rotte tengels toch eerst uit haar lijf haal voordat ik de mijne inspecteer en dat -Thank God!- geen Teek waar in de wereld dan ook frieten aan huis levert.

Ik ben blij.
Met onze rosse kater.
Met onze paarden.
Met de frituur om de hoek waar ik gewoon frieten kan gaan halen.
Met Achmed.
Dat ik -FestivalVerslaafde- me totaal niet druk kan maken of Rock Werchter dit jaar nu wél of niet doorgaat.

Ik ben blij.
Dat ik even op mijn plaats gezet wordt.

Ik ben blij.
Blij met een vrouw die de hond gaat uitlaten -ja, ja, zij doet dat óók- en met hond én een wilgentakje terug thuiskomt, dat in het water zet -dat takje, hè, niet die hond- en dolgelukkig wordt als het wortel schiet.

Yep, het was zij die mij ‘een jaar of wat geleden’ mijn plannen van toen resoluut overboord deed smijten.
En yep, het is nog altijd WelJuist.

En zó rol ík door deze wazige, onwerkelijke weken.
En als ík dat kan…
Wel, dan kunt u dat zeker ook!

End