Popfestivals zijn fun. Andere festivals ook natuurlijk, maar popfestivals in het Belgse hebben altijd nét dat beetje meer. Zo was het voor ons na Rock Werchter de beurt aan Reggae Geel. De line-up? Geen idee, als u dat nu écht zo nodig nog weten wilt kijkt u maar op reggaegeeldotcom. Reggae klinkt doorgaans altijd goed, dus het maakte ons niet uit.

Zo ook niet voor een aantal festival diehards uit de groep die ons eerder dit jaar met open armen ontvangen heeft op Rock Werchter. Die komen net als ons doodgewoon voor de lol. Een pint, een peukie -of voor een enkeling een smakelijke joint- en een hap vanteenofander. Een flinke portie zon en een dosis puike muziek doen de rest.

Sommige van die festivalfreaks lopen elk festival in België – en daar ver buiten- af. Alleen al in België kunt u gedurende de zomermaanden werkelijk élk weekend naar een festival, groot of klein. Petje af, wij zouden dat ook best willen, maar onze lijven op leeftijd trekken dat toch niet meer zo goed. Zucht.

Van rondhangen op zo’n festivalweide krijgt een mens natuurlijk honger. Nu, op een festival is dat gemakkelijk op te lossen. Moest ik het vroeger op Pinkpop stellen met ‘slechts’ friet oorlog, curryworst speciaal en een rundvlees kroketteke met zonder vlees, -pure haute cuisine op zijn Hollands zeg maar-, op de Belgische festivals anno nu heeft menig allochtoon een goudmijntje aangeboord. You name it, it’s there.

Turks, Marokkaans, Cambodjaans, Mexicaans, Afrikaans, Wokkie-Wokkie-Sambal-Bij, Jamaicaans, Chinees en last but not least -Oh My Lord- zelfs een poffertjeskraam. Hollanders in den vreemde -hier toch écht net zo allochtoon als een Turk of een Marokkaan, ik spreek uit weelderige ervaring- zijn er serieus van overtuigd dat ze de zelfs op een festival doorgaans culinair goed onderlegde Belg kunnen paaien met melige, onder een dikke laag bloemsuiker verborgen, baggerzoete én in de roomboter verzopen bakseltjes. Hoe lomp kunt ge zijn. Morgen ga ik voor een Belgisch paspoort, ik schaam me eigen dood dat ik Hollander ben.

Enfin, wij gaan voor Mexicaans. Een versgebouwde tortilla -‘wrap’ in moderne taal- met gehakt, wat konijnenvoer en een pittig gekruid salsaake. Hopá, wat ingrediënten op het pannekoekske, flapje links erover, flapje rechts erover, flapje onder erover -niet speciaal in deze volgorde- en er ontstaat in no-time een handzame snack, ready to be taken. Na betaling van een festivalwaardig handje Euries, dat wel.

Op een festival moet u smodderen. Thuiskomen na één of meerdere dagen festivalleven zonder catering- en grasvlekken op uw kleding is een doodzonde. Maar vergeet in Godsnaam die vette puistjes op uw knappe gezichie veroorzakende poffertjes uit Holland en pak daarvoor in de plaats een smakelijke wrap met gehakt. In zo’n wrap zitten namelijk altijd wel een paar stukskes gehakt die proberen te ontsnappen aan dat gapende naar alcohol en (al dan niet ganja) rook stinkende gat van de hongerige wrap eigenaar en zich daarom in een vrije val naar beneden proberen te storten. Ik begrijp dat. Ik zou ook vechten voor wat ik waard ben als ik in de klauwen van een festivalbeest terecht kwam. Beseffende dat ‘ie binnen een paar seconden zijn slijmerige tanden in mijn lijf gaat zetten.

Bon. Zit de wrap in een mannenhand, dan komt het gehakt meestal goed weg. Een schampschot aan een t-shirt of broek is mogelijk, maar meestal wordt het zachte gras van de festivalweide razendsnel gevonden en is de vrijheid nabij. En heeft de man in kwestie aan zijn festival-smodder-verplichting voldaan, hoe zaligmakend is dat.

Totdat liefs vingers er een abrupt einde aan maken. En het gehakt alsnog ten onder gaat in een warm bad vol allesverslindend maagzuur.

Is de ongelukkige wrap in de hand van een vrouw beland dan is de helse tocht naar moeder aarde een ietwat lastigere klus. Een vrouw heeft immers op haar borstkas zo’n centimeter of wat onder de kin een paar obstakels zitten die een val van gehakt kunnen maken of breken.

U mag me geloven, of niet zoals u wilt, maar ik heb het écht mijn eigen oogies kunnen aanschouwen. De wanhopige tocht van een paar radeloze stukjes gehakt naar een betere wereld. Vanuit een wrap in de hand van een vrouw. Tot twee keer toe zie ik liefs duim en wijsvinger tussen haar borsten verdwijnen om voortvluchtig gehakt op te vissen. Midden tussen tienduizenden Reggae fanaten. Met een grijns die tot in het hart van Jamaica reikt. Hoe gelukzalig voelt dat gehakt zich daar tussen de heuvels, ook al is het maar voor even. Totdat liefs vingers er een abrupt einde aan maken. En het gehakt alsnog ten onder gaat in een warm bad vol allesverslindend maagzuur.

Nog op Reggae Geel besluiten we een plekje in het gras te zoeken om de laatste zonnestralen van de dag te kunnen meepakken. Pintjes en zwoele Reggae vibes van neeje-we-weten-écht-niet-welke-band die vanaf de main stage op een zacht briesje meesurfen naar achterin de weide nodigen uit tot knuffelen, kroelen en flikflooien. Dat mag hè, op zo’n festival. Alles mag op een festival. Ook al zal de organisatie dat hardnekkig ontkennen.

Het blijft niet onopgemerkt. Een manneke op leeftijd komt voorzichtig tegenover ons staan en buigt zich minzaam voorover.
“Mag ik u iets vragen?”
“Natuurlijk.”
“Tis échte liefde hè?”
Een beetje overdonderd kijken we elkaar aan. Zó erg zijn we ons toch niet aan het misdragen?
“Ehhh, ja… Dat denken we toch.”
Hij reikt ons twee drankbonnetjes aan.
Ik denk nog, sceptische onnozelaar die ik op zijn tijd kan zijn, “die oude snikkel neemt ons in de maling”, maar de uitdrukking op zijn gezicht spreekt dat onmiddellijk tegen.
“Gebruik ze maar, ik ga toch naar huis en moet nog een stuk fietsen.”
Nog voordat we antwoord kunnen geven draait hij zich om en wandelt naar de uitgang van het festivalterrein. Op weg naar zijn fiets. Ongetwijfeld wetende dat hij twee mensen met een goed gevoel achterlaat.

In de nacht die erop volgt word ik hongerig wakker -ik was er voor het slapen gaan al een beetje bang voor- en krijg ik spontaan zin in gehakt. Ik draai me om want ik denk te weten waar ik het zoeken moet. Niets is minder waar. Ik zie mijn lief in een vredige diepe slaap nog altijd lachen. Maar er valt mooi niks meer te knabbelen daar. Ik zie wél iets om op te sabbelen, maar dat idee zet ik veiligheidshalve maar uit mijn hoofd. “Stop nu maar met lachen, nu is het wel genoeg geweest” denk ik nog. Vunzig gedoe allemaal.

Nope, we hebben de bonnen niet verzilverd. Ze zijn ingelijst samen met de festivalbandjes. Zodat we dat lieve oude mannetje op Reggae Geel 2013 zullen blijven herinneren.

Soms, héél soms, is de wereld dan toch nog even dat paradijsje dat het eigenlijk elke dag zou moeten zijn…

End

[Originele post: 8 september 2013]