Déak Ferenc tér / Károly krt.
Ik ga oversteken op één van de belangrijkste verkeersaders in de binnenstad van Boedapest.

Zebrapad, rood licht.
Ik aan de ene kant, alléén.
Mijn Szigetmaat meent dat rood om even na drie ‘s nachts groen is en loopt gewoon over.

Ik niet, ik blijf staan.

Een meisje aan de overkant, alléén.
Haar lief -neem ik aan- meent dat rood om even na drie ‘s nachts groen is en loopt gewoon over.

Het meisje niet, ze wacht.

braaf

Ik en het meisje blijven staan.
Wij wachten geduldig op groen.
Onze elkaar begrijpende blikken kruisen.

‘Wat een chaggie is mich dá zeg!’

Ja, meisje en ik zijn braaf.
Óók als het donker is.

Groen.
Mijn vrind staat verderop te blèten waar ik blijf.
Doe eens rustig knul, het is midden in de nacht!
De vrijer van het meisje staat met een knorrige smoel wild te gebaren waar ze blijft.
Wat een chaggie is mich dá zeg!

Halverwege het zebrapad.
Wij zijn de besten, het meisje en ik.
Zonder één enkel woord.
Maar mét een vette, hele vette High Five.
Daar, in het holst van de nacht midden op een zebrapad in hartje Boedapest.

De andere twee hebben het nakijken.
Zij zijn absoluut de verliezers van de nog jonge dag.

End